| |
Maandag 9 juni, van het stadse geweld naar de rust van de
natuur
Op
maandagochtend worden we allebei wakker met een botox-onderlipje.
Gisteren onze lippen verbrand, ai ! En we zijn al niet superfit,
vroege vlucht in de planning, dus ons wekkertje maakte ons al om 5
uur wakker. Oef, vakantie vieren valt soms echt niet mee :-)
Op de luchthaven in Montreal is het nog rustig, we zullen vandaag
heus niet de enige zijn die de stad verlaten ! Het inchecken is hier
verplicht electronisch, bagage labelen is ook self-service en dus
geen wachtrijen bij de balies. Goed systeem. We hebben nog wat tijd
over om te ontbijten en om kwart over 8 zitten we dan in het
vliegtuig van Air Canada wat ons in een goed uur naar Halifax vliegt.
De klok gaat hier trouwens een uurtje vooruit, dus uiteindelijk
komen we lokale tijd rond half 11 aan.
We halen onze huurauto op bij alamo, het is een flinke jeep geworden,
zal best lukken ! Het weer is hier trouwens fantastisch, veel zon en
zo'n 28 graden.
Nova Scotia is zo'n beetje als je zou verwachten. Veel rotsen,
naaldbomen, prachtige meren, kleine strandjes, schilderachtige
dorpjes met gekleurde houten huizen en ruimte, heerlijk veel ruimte
!
Onderweg stoppen we bij een uitloper van het minas bassin. Dit is
een baai in het noorden van Nova Scotia was het grootste
getijverschil ter wereld kent. Het kan oplopen tot zo'n 17 meter
verschil tussen hoog en laag water !
We zijn onderweg naar Briereiland, helemaal aan de westkant van het
eiland. Het is een flink eind rijden. Na een paar uur zijn we op het
uiteinde van een landtong aangekomen, het is trouwens een stuk
koeler geworden, van de 28 graden zijn er 'nog maar' 20 overgebleven.
We moeten hier wachten op de ferry, hij gaat elk uur en we zien hem
eigenlijk net voor onze neus vertrekken, ach ja, we hebben vakantie
! Op zee hangt een laaghangende mist, geeft een beetje
surrealistisch beeld.
Na deze eerste ferry (met zo'n 8 minuten sta je al aan de overkant
hoor), rijden we het eiland over om daarna nog een ferry te nemen.
Gelukkig sluiten deze goed op elkaar aan, als je op het 'tusseneiland'
niet stopt, kan je zo op de tweede ferry rijden. Uiteindelijk komen
we tegen half 6 aan op het laatste eiland, Brier Island. Het lijkt
alsof we een beetje op het eind van de wereld zijn aangekomen !
We rijden gelijk naar onze lodge, waar het vakantiegevoel al snel
verdwijnt. Onze reservering was niet in het grote boek genoteerd,
het restaurant blijkt gesloten en de whalewatch-tour van de volgende
dag zit vol (terwijl we ook hierover gemaild hebben !). Uiteindelijk
waren er genoeg kamers over en heeft het eiland ook nog een snackbar,
dus het eten en slapen was geen probleem, alleen de walvissen-tocht
ging toch echt niet lukken de volgende dag. En dit terwijl dit
eigenlijk, eerlijk gezegd, de enige reden is voor ons bezoek aan dit
verafgelegen eiland ! Vraag ons niet hoe het gelukt is, hou het maar
op 'vrouwelijke charme', maar uiteindelijk werd er toch een plaatsje
vrijgemaakt op de boottocht van de volgende dag ...
We doen een rondje door het 'dorp'. Het hele eiland is ongeveer 7 km
bij 2,5 km, er is 1 geasfaslteerde weg, verder zijn er nog wat
onverharde wegen. Zo te zien leven de meeste mensen hier van de
kreeftenvangst, overal staan/liggen kreeftenkooien langs de kant van
de weg. We lopen een eindje langs de kust van het eiland. Bijna
worden we aangevallen door een meeuw, zij had haar ei midden op het
wandelpad gelegd, ja, lekker handig ! Uiteraard zijn we er netjes
overheen gestapt en hebben we haar met rust gelaten, maar echt
vertrouwen deed ze ons duidelijk niet.
De snackbar is snel gevonden, de snackbar is tevens de supermarkt,
de internetshop, het tankstation, de souvenirshop, de 'bouwmarkt',
koffieshop, etc. Even later zitten we aan onze fish & chips op een
papieren bordje. We nemen een zelf gemaakt boerenijsje toe !
Erg veel gebeurd er trouwens niet op het eiland. Zeker niet buiten
het seizoen (juli/aug), zo blijkt uit een gebeurtenis in de snackbar.
Een man komt met een vogelhuisje binnen lopen en de verkoopster gaat
helemaal uit haar dak ! Wat blijkt ? Gisteravond was de wekelijkse
bingo, met het vogelhuisje al hoofdprijs. Zij had dit graag willen
hebben, want het kleurt zo leuk in haar keuken. Helaas ging de prijs
naar deze meneer, die waarschijnlijk nog dezelfde avond is
geconfronteerd met de teleurstelling van de verkoopster, want de man
komt het vogelhuisje alsnog bij haar afleveren !
Het is nog tot laat in de avond mooi weer, de zon gaat langzaam
onder en het maakt het zicht op zee met de laaghangende mist alleen
maar 'buitenaardser'. We lopen nog even langs een van de vele
vuurtorens van het eiland. Zaten we gisteren nog in de geur van
asfalt en rubber, nu ruiken we de zeelucht, hoorden we gisteren nog
het gebrul van de formule 1 auto's, nu horen we het ruisen van de
zee, de zeevogels en de misthoorn van de vuurtoren ! Wat kan het
leven toch mooi zijn.
Dinsdag 10 juni, toch nog walvissen ?
Vanmorgen is het heerlijk uitslapen. Het is weer al even geleden dat
we niet vroeg ons bed uit 'moesten' vanwege een vroege treinreis/vlucht
of Formule 1 race.
Het ontbijtje is hier wat karig (of zijn we inmiddels teveel verwend
?). Op een tafel liggen een aantal broden (nog in zakken), staan
twee potten jam (waarvan 1 leeg), een pakje boter en een kan
vruchtensap.
Na het ontbijt pakken we alvast in, vanmiddag om half 2 staan we
geboekt voor de boottocht om op zoek te gaan naar walvissen en
daarna gaan we gelijk met de ferry weer terug. Het is nog zo'n 4,5
uur rijden, we hebben het volgende hotel alvast maar gebeld dat we
wat later aan zullen komen ...
Maar de ochtend is nog jong, we parkeren onze auto bij de vuurtoren
en wandelen naar Seal Cove. Zoals de naam al doet vermoeden, hier 'horen'
zeehonden te liggen. We lopen en lopen, misschien het volgende
bochtje nog ? Achter die punt daar misschien dan ? Nee hoor, de
zeehonden waren op vakantie denk ik, we hebben echt goed gezocht,
maar ze waren er niet. Helaas, maar de wandeling was toch wel
bijzonder, de kust is hier prachtig wild en er bloeien schitterende
bloemen.
We gaan richting het 'winkelcentrum' en drinken een bakje koffie met
taart in de snackbar. De taart is hier zelf gemaakt, er is keuze
tussen rhuharb pie (rababertaart) en peanutbutter pie (ja, inderdaad,
pindakaas-taart). Beiden erg lekker trouwens !
's Middags dan toch eindelijk de felbegeerde whalewatch-cruise. Het
is nog wat vroeg in het jaar, de walvissen komen normaal gesproken
'pas' in juni en de boottochten zijn nog maar een week geleden van
start gegaan. De ruige zee aan het begin van de tocht zorgt voor wat
maagledigingen (ja, ik heb ook even intern schoon schip gemaakt),
maar daarna kwamen we ze tegen hoor, eerst wat nieuwsgierige
zeehonden en daarna een aantal minke-whales. Het zijn niet de
grootste walvissen (die komen pas later in het seizoen), maar het
blijft toch erg indrukwekkend ! Het weer is inmiddels ook aardig
opgeknapt, de mist is compleet verdwenen en de zon schijnt volop.
Kortom : echt genieten !
Tegen vijf uur zijn we weer terug in de haven, ruim op tijd voor de
ferry van half 6. We hebben nog een heel tochtje voor de boeg. De
twee ferry's sluiten weer perfekt op elkaar aan en het is lekker
rustig op de weg. Zeker aan deze kant van Nova Scotia kan je een
hele tijd rijden zonder maar een auto tegen te komen. De files zijn
hier in ieder geval niet uitgevonden.
Tegen 10 uur 's avonds komen we aan in Peggy's Cove, onze tweede
plek op Nova Scotia. We worden verwacht en binnen no-time zitten we
in onze cottage aan het water. Een prachtige lokatie is dit, een
aantal kleine cottages verspreid tussen de bomen aan een soort
baaitje. Leuk en gezellig ingericht, kleine haardkachel, het was een
beetje thuiskomen.
We zijn benieuwd hoe 'ons' baaitje er morgen in het daglicht uitziet
!
Woensdag 11 juni, mist, mist, zon en nog meer mist
Vanmorgen hangt er weer een flinke zeemist over het water, onze baai
en over het eiland. Beetje jammer hoor, we hebben zo'n mooi plekkie,
we hadden stiekum toch wel gehoopt op mooi weer ..
Het ontbijtje maakt het een beetje goed. Heerlijk vers gebakken
broodjes en allerhande zoeternij, verse zalm, zelfgemaakte jam en
ham, wat hebben we een heerlijk plekje getroffen !
Met de auto rijden we langs de kust naar Lunenburg. Af en toe wordt
het wat lichter en als we in Lunenburg aankomen is de mist
grotendeels verdwenen. Het miezert nog wat, maar we hebben hoop.
Lunenburg is een door Unesco beschermd havenstadje, prachtig met z'n
kleurrijke oude huizen en witte kerken aan het water. Er is hier een
bekend museum, het Fisheries Museum of the Atlantic. Omdat het nog
regent, beginnen we maar hier. Het was erg leuk, een goed opgezet
museum met verhalen over oorsprong van het stadje (in 1753 door vnl
Duitsers en Zwitsers) en over het scheepvaartverleden (en heden
trouwens), de walvissen, de visvangst en de botenbouw. Kortom,
eigenlijk een interessant overzicht van de bezigheden op Nova
Scotia.
Inmiddels is de zon gaan schijnen ! We gaan naar buiten en bezoeken
de twee schepen die hier aan de kade liggen (horen bij het museum),
een trawler en een houten schoener. We lopen nog een rondje door het
Lunenburg en rijden langs de kustweg terug naar 'huis'. Onderweg
maken we een stop bij een supermarkt. We hebben niet veel zin om
naar een restaurant te gaan en slaan een flesje wijn, een stokbrood,
wat kaas en salades in.
Net voordat we onze cottage bereiken drijft de mist weer voor de zon
! Daar gaat onze avond op de veranda aan de baai met de ondergaande
zon ...
Uiteindelijk genieten we lekker binnen van ons lekkers. 's Avonds
dommelen we in slaap met het geluid van het water wat zachtjes
tussen en rond de rotsen klotst en in de verte klingelt een bel van
een boei ... sweet dreams !
Donderdag 12 juni, op naar de Cabot Trail !
Als we vanmorgen
wakker worden, schijnt de zon ! Wat een kadootje, kunnen we toch nog even
genieten van het uitzicht op de baai, het is werkelijk schitterend. Met een
beetje pijn in ons hart verlaten we deze plek, stiekem beloven we onszelf hier
ooit nog eens terug te keren ..
Het wordt weer een lange dag, ons doel is Ingonish en dat ligt aan de Cabot
Trail op Cape Breton. Het is zo'n 6 á 7 uur rijden. Cape Breton is een eiland,
dat sinds 1955 met een dam aan Nova Scotia verbonden is. Op Cape Breton ligt de
Cabot Trail, een van de mooiste panoramawegen van Noord Amerika (volgens de
boekjes). En dat willen we wel eens zien natuurlijk !
Echt gescheiden snelwegen kennen ze niet op Nova Scotia, af en toe een klein
stukje, maar meestal zijn het driebaanswegen, waarvan de middelste helft wordt
toegekend aan de stijgende richting.
Eind van de middag komen we aan in Ingonish en het is even een verandering. Het
is koud, zo'n 10 graden buiten en daar zitten we dan bij de gashaard ! Het waait
flink buiten en het regent af en toe. De huisjes zijn leuk, goed ingericht en we
hebben (weer) uitzicht op het water. Het weer zit alleen niet zo mee.
Als de wind even gaat liggen horen we doedelzakmuziek. Hebben ze de band
uitgenodigd omdat wij hier zijn ? (We lijken de enige gasten). Maar nee, het is
onze buurman (we zijn dus toch niet alleen). Hij is aan het oefenen, vanwege een
ziekte had hij drie maanden niet kunnen spelen en nu probeert hij op zijn
veranda (uit de wind en regen) het spel weer wat onder de knie te krijgen. Nou,
het klonk prima hoor ! De doedelzak past wel bij de omgeving, het weer en de
naam van de bestemming (Nova Scotia).
Vrijdag 13 juni, de Cabot Trail in de mist en regen,
maar toch nog een leuke autorace !
Deze
ochtend worden we wakker door een aanwakkerende wind, het regent en af en toe
breekt de zon tussen de wolken door. We worden dan ook getrakteerd op een
prachtige regenboog, dat belooft wat voor vandaag !
En inderdaad, het werd een bijzondere dag. Als we wegrijden is het maar liefst 4
graden (boven nul, dat dan weer wel), van de Cabot Trail (mooiste panoramaweg
van Noord Amerika) zien we nagenoeg niets, omdat het stormt en regent en mist,
meestal rijden we in de laaghangende bewolking .. Dan toch een lichtpuntje, aan
de kant van de weg staat er ineens een eland ! We rijden nog een stukkie terug
voor een foto, maar dan is hij of zij al verdwenen. Gelukkig wel gevangen op ons
netvlies !
We geloven graag dat dit een prachtige route is / moet zijn. We rijden veelal
langs de kust, varierend van zeehoogte tot 450 meter hoog en de natuur is
schitterend. Bij droog en mooi weer weet je volgens mij niet wat je ziet ! Nog
een reden om nog eens terug te gaan !
Ondanks onze eland, rijden we toch wat gedesillusioneerd terug richting Halifax.
Daarom ging het misschien ook even mis. Ik (Willeke) reed een stukje, je mag
maar 110 km/h, teleurstelling te verwerken, auto inhalen .... ja hoor, de
highwaypatrol ! Volgens Erik was het net een stukje uit een film. De politie
kwam tegen ons in, zette zijn zwaailichten aan, keert om op de snelweg en komt
achter ons aan. Tja, stoppen dan maar he. Een aardige agente legt mij keurig uit
waarop ze mij 'betrapt' heeft (124 km/h), neemt mijn rijbewijs en de
autopapieren mee naar haar auto. We wachten geduldig af. Uiteindelijk komt ze
weer terug met een boete van bijna 270 Canadese dollar ! (ongeveer 160 euro).
Oeps ! Er volgt een heel verhaal, het komt erop neer dat ze onze vakantie niet
wil bederven en dat het bij een waarschuwing blijft. Oef, daar komen we mooi mee
weg. Nou ja, ze wist niet zeker hoe de douane hiermee om zal gaan, ik ben nu
bekend in het systeem en het risico blijft bestaan dat ik de boete alsnog moet
betalen als we het land verlaten. Nou ja, dat zien we dan weer wel ! Voorzichtig,
met exact 110 km/h rijden we verder ...
Aan het eind van de middag zijn we bij ons hotel bij de luchthaven van Halifax.
Vanwege de ochtendvlucht morgenochtend, leek ons dit wel een geschikte lokatie.
Vanuit ons hotel zien we een enorme rookontwikkeling die niets met wolken te
maken heeft ! Raar genoeg is het hier gewoon schitterend weer, vanmorgen echt
met noodweer vertrokken op Cape Breton, hier lijkt het wel gewoon zomer (met wel
een aardige wind trouwens). Het blijkt een enorme bosbrand te zijn net bij de
hoofdstad Halifax. Later lezen we in de krant dat zo'n 4000 mensen geevacueerd
zijn en sommigen hiervan sliepen bij ons in het hotel.
Aan de overkant van de snelweg ziet Erik dat er een kleine speedway is. Een
groot bord 'Races Friday 7.30'. Laat het nu toch vrijdag zijn ?! En we zijn nog
ruim op tijd. We informeren bij de receptie of het inderdaad de moeite waard is
om te gaan kijken. De receptioniste reageert erg enthousiast, haar neef rijdt
zelfs mee en zelf gaat ze ook regelmatig kijken. It's fun !
Dus zo zitten we 's avonds om half 8 op de tribune van de lokale speedway
vlakbij Halifax. Een leuk contrast met de Formule-1 races in Montreal. Daar
wordt flink gepoetst en gewerkt om alles er perfekt uit te laten zien. Hier zijn
de auto's al gebutst voordat ze beginnen. Het is hier duidelijk vechten om je
plekje. Ze beginnen met een soort overdekte kart, de rijders zijn 8 t/m 14 jaar
oud ! Daarna de 'volwassenen' (qua leeftijd dan), er zijn in totaal zo'n 5
raceklassen elke keer komen er twee cilinders bij. De start is rijdend achter
een heuse pace-car. Er wordt nog even gezwaaid naar de familie op de tribune
voordat ze al driftend door de bochten gaan. De winnaar mag met de finishvlag
een triomf-rondje rijden. Veel spektakel, een auto vliegt in de bandenstapel,
waar ze gezien de paniek toch niet echt aan gewend zijn (het loopt trouwens goed
af) en een wiel loopt spontaan van een bijna stilstaande auto. De coureur stapt
snel uit om op zoek te gaan naar zijn wielbouten (misschien volgende keer toch
even vastzetten voor het racen ?). Als een auto strandt door pech, wordt hij van
het circuit geduwd (dus niet opgetakeld of zo). Al met al veel en snelle acties,
de races volgen elkaar gelijk op.
Het publiek is divers. Veel gezinnen met kinderen, omaatje met nascar-jack aan
en vooral veel stoere mannen. Erg leuk om zo'n lokaal evenement mee te maken !
We blijven niet tot het eind en laat op de avond is op onze hotelkamer nog
steeds het geluid van de rondrazende auto's te horen !
Zaterdag 14 juni, naar huis, maar niet voordat we de
Blue Jays gezien hebben !
Handig, een hotel zo dicht bij de luchthaven. Om een uur of 9 reden we
weg en om kwart over 9 hadden we de huurauto ingeleverd en waren we al
ingecheckt !
Naar Toronto is het zo'n 2 uur vliegen. Als we aankomen voelen we gelijk dat het
hier een stuk warmer is, het is zo'n 22 graden. Voelt stukken beter aan dan de
kou op Nova Scotia.
In Toronto hebben we zo'n 6 uur te 'spenderen' voordat onze vlucht naar
Amsterdam vertrekt. Vandaag spelen de Toronto Blue Jays (baseball) thuis, dus we
besluiten met de airportbus naar de stad te gaan. We stappen zo dicht mogelijk
bij de Sky Dome uit, kopen een kaartje en even later zitten we bovenin het
immense stadion naar baseball te kijken !
Tijdens onze rondleiding aan het begin van de vakantie, kon je binnenin het
stadion bijna niks zien. Er werd een concert opgebouwd, een deel was afgeschermd
en het licht was niet aan. Nu pas zien we goed hoe enorm groot het stadion is (er
kunnen 60.000 mensen in !). Én het dak is open !
De Blue Jays spelen vandaag tegen de Cubs (Chicago). Helaas moeten we weer al
snel terug naar de luchthaven, want we moeten nog inchecken voor de vlucht van
vanavond. Maar het was toch even leuk om het te zien ! (Achteraf lezen we dat de
Blue Jays verloren hebben met 6-2.)
De terugvlucht,
laten we die maar snel vergeten, 40 kinderen aan boord !
|
|



















|
|